AANBIDDING IS... JA WAT EIGENLIJK?

21-12-2020

"Juf, ik heb een vraag." Ik ben op een kinderbijbelclub ergens in een Gronings minidorp. Daar waar geloven in Jezus bijna is uitgestorven. Op het gras zitten zo'n veertig kinderen. Vandaag horen ze het kerstverhaal, terwijl de zon volop schijnt. Ik mag vertellen over de wijzen uit het oosten. Over hoe zij Jezus aanbaden.

"Juhuf." Een jongen met stekelhaar steekt zijn vinger op: "Wat betekent dat, aanbidden?" Oef. Ik probeer het uit te leggen, maar stiekem weet ik het zelf ook niet goed. Ik weet wel dat er boeken over geschreven zijn en diensten aan gewijd, sommigen doen het met hun handen in de lucht, anderen vol overgave op hun knieën. Maar hoe je dat begrip uitlegt aan kinderen? Geen idee. Ik stuntel dus maar wat.

Voorzichtig peil ik of de jongen het begrepen heeft. Hij bromt wat, een grote frons tussen zijn wenkbrauwen. Niet dus.

Een meisje steekt nu haar vinger in de lucht. Ze heeft een wipneusje en overal sproeten op wangen. "Mag ik iets zeggen tegen God?" Verbaasd knik ik van ja. Ze knijpt haar ogen stevig dicht. "Heer, U bent echt aardig. En zó héél erg lief!" Haar stem galmt na. Ze schuift heen en weer op het gras. "Klaar!"

Even is het stil. Wacht even. Dit kind is nog zo jong, maar ze praat met God alsof ze Hem al jaren kent. Zo oprecht, zo puur. Als ik weleens stotter en stuntel in mijn gebed, verlang ik precies naar deze kinderstem, die gewoon dankt en deelt wat er op haar hart ligt, in het diepe besef dat ze wordt gehoord. 'Is dit het niet?', zingt het door mijn hoofd. 'Is dit niet precies wat aanbidding is?'

Het meisje wendt zich tot het stekelhaar- jongetje. "Weet je, de wijze mannen kwamen naar het kindje Jezus en toen... toen gaven ze Hem gewoon heel veel kusjes." Er zweeft een glimlach rond haar mond. Haar ogen stralen in de zomerzon. "Snap je?" Ik kijk eens naar de jongen. De frons tussen zijn ogen trekt weg. Hij knikt. Begrijpt het nu. 

En hij is niet de enige.