INVALJUF

11-12-2020

Anja rent de klas binnen. 'Heb jij wat te doen vanmiddag?' vraag ze gejaagd aan mij. Ik schud mijn hoofd. "Oh fijn. Roelien is ziek geworden. Zou jij willen invallen?"
Wacht even. Invallen. Voor het eerst in mijn leven. Dat betekent: zelf een klas draaien. Verantwoordelijk zijn voor het behouden van de orde. Onvoorbereid lessen gaan geven. Kan ik dit wel? Ben ik daar al klaar voor? 

Ik besluit het diepe in te springen. Een uitdaging is nooit verkeerd, toch? Ik pak mijn spullen en loop naar de groep van Roelien, groep 5. Op haar bureau liggen al enkele boeken klaar. Taal staat op het programma. Aardrijkskunde. En tekenen.

Als ik alvast wat boeken uitdeel op de tafels, spits ik mijn oren. Op het plein staan een paar kinderen over mij te praten.
'Wie is die juf daar?'
'Geen idee, volgens mij een stagejuf. We krijgen haar vanmiddag.'
'Yes! Hebben we weer zo'n stomme invaljuf? Dan kunnen we lekker klieren.'
Ik gluur van over mijn schouder naar het plein. Het gepraat komt van een groepje jongens die bij het raam hangen. Eén van hen kijkt me recht aan. Zijn wenkbrauwen schieten omhoog, zo van: wie denk jij wel niet dat je bent, invaljufje? Het bloed stijgt me naar het hoofd. He nee, is dit zó'n klas... 

De bel gaat. Ik sta bij de deur en verwelkom iedereen met een elleboog. De kinderen stellen zich meteen voor. Ook de jongen die me zo uitdagend aan had gekeken. Rik blijkt hij te heten. Die jongen moet ik vast in de gaten houden, denk ik in mijn achterhoofd.

Maar niets is minder waar. Het loopt op de één of andere manier gesmeerd. De kinderen werken hard. Zelfs Rik kijkt me verwonderd aan als ik me enthousiast voor de klas beweeg. Hij buigt zich naar zijn buurman. 'Ze is echt anders he', fluistert hij zo zacht mogelijk. Ik hoor het nét.

Voordat ik er erg in heb, is de middag alweer om. De kinderen druppelen de klas weer uit. Sommigen blijven nog even gezellig kletsen. Rik doet dat ook. Hij vertelt me vol trots dat hij op kickboksen zit. Ondertussen komt Anja binnen. 'Nou, hoe ging het?' vraagt ze me. Nog voor ik reageren kan, roept Rik: 'Ze deed het heel goed. Ze wordt vast een superjuffie.'

En weg is hij. Ik wil hem naroepen: "Bedankt hè Rik! Je viel reuze mee! De volgende keer laat ik me niet meer bang maken hoor door stoer gepraat van jongens op het plein. En o, succes op kickboksles! Laat ze een poepie ruiken!"

Maar ik houd me natuurlijk in, zoals een echte juf betaamt. En knik volwassen naar Anja. "Het is gelukt."
Het voelt bijna als een overwinningskreet. Zo van: "ik kan het! Ik heb het in de vingers!" Bijna, zei ik.