HEB IK JAAR 1 VAN DE PABO GEHAALD?
Week 1 (onderbouw)
Daar zit ik dan. Tussen de jongste kinderen van de school. De stilte hangt gespannen in de lucht. Het voorstelrondje is bij mij begonnen. Ik mag vertellen hoe ik heet en wat ik hier kom doen. 'Ik ben juf Corline', begin ik zo enthousiast mogelijk. 'En ik ben een poosje jullie juf. Ik ga altijd met de fiets naar school. Wie gaat er nog meer met de fiets naar school?'
Het blijft ijzig stil. Alarmbellen beginnen meteen te rinkelen in mijn hoofd. Slechte vraag. De kinderen wonen hier om de hoek. Ze kunnen misschien nog geeneens fietsen. Een jongetje steekt toch zijn vinger op, wat aarzelend. Ik geef hem opgelucht de beurt. Maar hij begint te vertellen over een film die hij gezien heeft. Van een jongen die een ongeluk kreeg met zijn fiets. Meer vingers schieten nu de lucht in. Herkenning van de film alom. De juf klapt in haar handen. De tijd is om. Dit was het dan. Mijn start als stagejuf.
------------------------------------------------------------------------------------
Week 10 (onderbouw)
Maandagmorgen stap ik met een slaaphoofd in de trein. Eerste college? Pedagogiek. Wat onderuit gezakt zit ik erbij. Ik denk aan donderdag en vrijdag. Dan moet ik weer les gaan geven. Wat zie ik er tegenop. Bij de vorige les snapte geen kind iets van mijn uitleg. Ik voel de spanning om weer voor de klas te staan. Opeens spits ik mijn oren. 'Je hebt eigenlijk maar drie dingen nodig om een goede juf te zijn', zegt de docente. 'Een open hart, een open geest, en een open wil.' Wat zegt ze daar nou? Heb ik het goed gehoord? Een open wil, heb ik dat eigenlijk wel?
Een paar dagen later is het weer zover. Met lood in mijn schoenen ga ik naar mijn klas. In mijn achterhoofd hoor ik nog steeds de stem van de docente: 'een open hart, een open geest, een open wil.' Achterin de klas kijk ik eens naar al die kinderen. En plotseling zie ik de kinderen pas echt. Het meisje dat halverwege de dag trots haar tekening aan mij laat zien. Krullenbol die altijd wel een grap te vertellen heeft. Het kleine meisje dat in mijn oor fluistert: 'Juf, ik ben verliefd!' Stuiterbal die zo hard meezingt dat het dak er bijna afvliegt. Het meisje met het downsyndroom dat me aan het eind van de dag een dikke knuffel geeft. 'Wat is het eigenlijk toch leuk om met kinderen te werken', denk ik heel even. 'Was dit de knop die omgedraaid moest worden? Dan zal het nu vast makkelijker gaan. Vanaf vandaag kan ik het. Juf zijn.
-------------------------------------------------------------------------------------
Week 20 (bovenbouw)
Het gaat mis. Alweer. De bomen waaien en de wind giert over het plein maar ik hoor de kinderen er bovenuit roepen. We hebben een filmpje gezien over aardbevingen, de juf van de groep is weggegaan en Sietse is op zijn stoel gesprongen. 'Jongens, kom! We gaan zélf een aardbeving maken!' schreeuwt hij strijdlustig. Ik wil dit niet. Ik wil dit absoluut niet. Ik hoor hoe de kinderen massaal af gaan tellen. Ik moet ingrijpen. Nu. Ik zuig mijn longen vol met lucht, maar net op dat moment gebeurt het. Sietse verliest op één of andere manier zijn evenwicht en kantelt tegen de boekenkast. Een plank schiet los. Boeken rollen de klas in. Ik doe mijn handen voor mijn oren. Terwijl Sietse versuft rond kijkt stormen de kinderen op hem af alsof hij een attractie is. Het zweet breekt me van alle kanten uit.
Ik geef een harde schreeuw. Het helpt. Mijn stem doet pijn, de kinderen bevriezen. Ik probeer rustig te blijven, maar ik weet dat ik snauw. Commandeer. Beveel. "Iedereen moet op zijn stoel! Nu. Waag het niet om nog iets te zeggen. Sietse, ruim de boeken op." Net op dat moment komt de juf de klas weer binnen. Ik sta klaar om een afkeurende blik van haar te ontvangen. Er is geen twijfel over mogelijk dat ze de chaos heeft gehoord. Maar ze kijkt me kort aan, knikt me toe, alsof ze erop vertrouwt dat ik alles onder controle heb. Ik wil door de grond zakken. Verdwijnen. Huilen. Hoe heeft het zo ver kunnen komen?
------------------------------------------------------------------------------------Week 30 (coronacrisis)
Geen stage. Geen flaters. Geen prestaties. Even helemaal niets. Behalve... een gevoel van missen? Ja, ik mis de kinderen! Ik mis de trotsheid waarmee ze altijd hun werk aan mij laten zien. Ik mis een vrolijke kinderlach en een echte kinderknuffel. Ik wil weer stage lopen. Weer leren hoe je moet vallen en opstaan. Want dat is leven.
-------------------------------------------------------------------------------------
Week 40 (bovenbouw)
Het is gelukt. Ik heb het jaar gehaald. Er is iemand naar mijn les wezen kijken en zij zegt dat ze trots is. Dat ik goed les geef. Dat ik zelfs voorloop op de doelen van jaar 1. Mijn stagebegeleider danst een rondje met me. "Ik zei het toch, je bent een geboren juf!" jubelt ze. Ik glimlach zacht. Ze moest eens weten. Hoeveel fouten ik gemaakt heb. Al die mislukte lessen. Die keren dat het uit de hand liep. Dat de boel ontplofte. Hoe vaak ik mijn hart hierover luchtte bij klasgenoten van de pabo. Een geboren juf? Dat was ik niet. En zo voelde ik me al helemaal niet. Ik werd misschien een juf genoemd, ik voelde me gewoon een kind dat leren moest.
