DE HERFSTLES

17-10-2020

Oktober is gekomen, dus dat betekent weer verwaaide haren en storm als je wilt slapen. Vandaag pak ik mijn regenlaarzen uit de kast; ik moet mijn huis uit want ik voel me opgesloten. De zon bruint de groene blaadjes en het waait. Bijzonder, die wisseling van de seizoenen. Mijn emoties passen zich op elk seizoen weer aan. Zo wil ik in oktober huilen als het dagen regent, stamp ik van boosheid door de plassen en vecht ik tegen de storm in om vooruit te komen - en dat verlies ik elke keer.

Dit jaar lijkt het al maanden op oktober. Het stormt dagelijks: in de media, bij persconferenties. Coronastorm raast door het land en door de wereld en ze is sterker dan wij. En mijn emoties passen zich ook aan haar aan. Ik heb namelijk steeds weer de neiging om in heimwee te verkwijnen en te denken aan vorige oktobers. Aan het oude normaal. Toen we nog geen idee hadden wat of wie corona is, laat staan wat een lockdown betekent. Aan de tijd waarin we nog knuffels mochten geven, nog geen benauwde mondmaskers in de trein hoefden te dragen. Toen we nog zat ziekenhuisbedden hadden en er geen operaties uitgesteld hoefden te worden.

Ik plof neer op een bankje in het park. Er dwarrelt een peuter om me heen. Hij verzamelt de eerste herfstbladeren. Bruine, gele, rode. Een oude vrouw ploft naast me neer. Past net, op 1,5 meter afstand.

'Leuke he, al die bladeren. Mijn kleinzoon wil er graag een slinger van gaan maken', zegt ze, terwijl ze naar de peuter knikt.

Ik glimlach.

De oude vrouw bukt zich en pakt een bruin herfstblad van de grond.

'Voor bladeren zelf is de herfst moeilijk. Voor hen betekent dit seizoen afsterven en overgeven aan de wind. 

Een kind denkt daar niet over na. Voor hem is dit seizoen juist één groot feest. Hij danst op al die dode blaadjes, pakt ze op en wekt hen als het ware weer tot leven. 

De bladeren zien dus op tegen de herfst, terwijl de kinderen er juist naar uitkijken.'

Ik staar haar aan. Begrijp ik wat ze zegt? Haar filosofische woorden moeten even bij mij landen.

De oude vrouw staat al snel op. 'Zoals de herfst is, is het leven, jongedame. Het is maar door welke bril je naar dit alles kijkt.'

Ze gaat er met haar kleinzoon weer vandoor. Ik sta beduusd op. Eenmaal thuis scroll ik op internet door alle meningen over de tijd waarin we leven. Wat die vrouw in het park precies bedoelde? Geen idee. Maar één ding wat ze zei blijft in mijn hoofd hangen:

'Het is maar door welke bril je naar dit alles kijkt.'

Ik kijk naar boven, naar het dak boven mijn hoofd. En opzij, naar mijn moeder die bezig is met eten koken. En plotseling denk ik niet meer aan alles wat me is ontnomen de afgelopen tijd, maar aan alles wat ik nog steeds hebben mag.