WOORDEN VAN EEN ZWERFSTER

16-09-2020

Tot Thuis en het Beloofde Land en volkomen helderheid ben ik een zwerver, zegt de vrouw zacht tegen me. Ik kijk haar aan. Ze komt uit Syrië, heeft gewoond in een vluchtelingenkamp en zoekt nu een tijdelijk thuis in Nederland. Ik ben bij haar op bezoek. 'Ja', knik ik en ik wil zeggen 'ik ook.' Maar het voelt niet helemaal eerlijk. Zij zwerft, ja. Ik? Ik hou van hier en ik pin mij steeds vaster in de wereld bodem. Soms voel ik me verre van verlangend naar de overkant. Deze vluchteling slaat de spijker op de kop. Wij zijn allemaal onderweg. Ik vergeet dat vaak.

Ik leer veel als ik me buiten mijn comfortzone begeef. Ik vind God vaak op plekken waar ik Hem nooit had verwacht. Hier op het azc bijvoorbeeld, maar ook in de straten van Kerkrade of in een kindertent waar voor het eerst het Evangelie wordt vertelt. En het is altijd daar dat ik me weer besef dat ik bestemd ben voor een ander koninkrijk en dat ik pas echt thuis kom aan de overkant. Nu is het deze vrouw die me eraan herinnert. Ik hoef niet zo bezig te zijn met de dingen van beneden; ik moet daar juist van loskomen zodat ik me kan richten op hemelse dingen.

Ik drink thee met de Syrische vrouw en laat haar woorden bij me doordringen. Even voel ik me één met haar. Ik weet het weer: niet alleen zij, wij allebei zijn ontheemd. Als ik dat besef, voel ik me niet meer zo verschillend met haar. Daar in die kale woonkamer op het azc voelt het zelfs bijna als thuis. Alsof de overkant wat dichterbij gekomen is.